Kuifhyacint (Muscari comosum)
Muscari comosum is de botanische uitschieter van het genus, met een kuif in plaats van een druiftros. Ontdek 'Plumosum' en de verwarring met Leopoldia.
Kernpunten
- Muscari comosum wordt 20 tot 60 cm hoog en is daarmee veruit de grootste soort van het geslacht.
- In plaats van een dichte druiftros draagt hij een losse paarse kuif boven de vruchtbare bloemen.
- De cultivar 'Plumosum' bestaat volledig uit steriele pluimdraden en bloeit laat, in mei en juni.
- 'Plumosum' is een mutatie van deze soort en niet hetzelfde als het aparte geslacht Leopoldia.
- De bollen liggen in maat 8 en groter, tot 9/10, groter dan bij elke andere druifhyacint.
Deze muscari lijkt nauwelijks op een druifhyacint. In plaats van de dichte, korrelige druiftros draagt hij een losse paarse kuif, en de bekendste cultivar bestaat zelfs uit niets anders dan pluimdraden. Daardoor staat de soort in tuincentra vaak onder de naam pluimhyacint en wordt hij geregeld verward met een ander geslacht. Dit portret behandelt de kenmerken, de cultivar ‘Plumosum’ en de naamsverwarring die eromheen hangt.
Een muscari zonder druiftros
Muscari comosum draagt geen gesloten tros maar een tweedelige bloeiwijze: onderaan bruinige, vruchtbare bloempjes op korte steeltjes, en daarboven een losse kuif van felpaarse, steriele bloempjes op lange stelen. Die kuif is de blikvanger en tegelijk de reden voor de Nederlandse naam.
De kuifvorm en de hoogte
De paarse bloempjes bovenin zetten geen zaad. Ze hebben één functie: insecten aantrekken naar de onopvallende vruchtbare bloemen eronder, en dat verklaart waarom ze feller gekleurd zijn dan de rest van de bloeiwijze.
De plant wordt 20 tot 60 cm hoog, tegen de 10 tot 25 cm van de andere soorten. Dat is een verschil van een factor drie en het maakt de soort ongeschikt voor de plekken waar een druifhyacint normaal komt: vooraan in een border of aan de rand van een pad verdwijnt hij niet, hij overheerst. De bollen zijn navenant groot, in maat 8 en groter tot 9/10.
Late bloei
Waar de rest van het geslacht in maart en april bloeit, komt Muscari comosum pas in mei en juni. Hij sluit het muscariseizoen dus af in plaats van het te vullen, en overlapt eerder met de vroege vaste planten dan met de andere voorjaarsbollen.
Voor de tuin betekent dat iets praktisch: combineren met de eigen verwanten lukt niet, want die zijn dan al uitgebloeid. Reken hem eerder bij de late voorjaarsbloeiers.
‘Plumosum’, de pluimhyacint
‘Plumosum’ is de cultivar waarmee deze soort bekend werd. De hele bloeiwijze is bij hem omgevormd tot een wolk van dunne, vertakte paarse draden, zonder een enkele functionele bloem. Wat overblijft is een veerachtige pluim van 15 tot 20 cm die weken blijft staan.
Omdat er geen bloem meer is, is er ook geen zaad. De cultivar is volledig steriel en vermeerdert alleen via klisters rond de moederbol, wat verklaart waarom hij trager en beperkter in de handel is dan een gewone soort. Hoe die klistervermeerdering werkt en wat je ervan mag verwachten, staat bij het vermeerderen van druifhyacinten.
De bloei valt laat, in mei en juni, net als bij de soort. In de handel ligt ‘Plumosum’ onder wisselende namen, van pluimhyacint tot veerhyacint, en de prijs ligt hoger dan bij de gangbare soorten. Waar dat verschil vandaan komt, werkt de prijs van muscari per vorm uit.
Als solitair accent doet ‘Plumosum’ het goed in een pot of tussen lage vaste planten, waar de vorm los tegen een rustige achtergrond staat. In een groep gaat het effect juist verloren, omdat de pluimen dan in elkaar overlopen.
Verwarring met Leopoldia en de eetbare lampascioni
Rond deze soort lopen twee namen door elkaar. Leopoldia comosa is een afzonderlijk geslacht waarin de kuifhyacint door een deel van de botanici wordt geplaatst, terwijl ‘Plumosum’ een mutatie van Muscari comosum is en dus geen Leopoldia. In de handel worden beide namen door elkaar gebruikt, en een etiket zegt hier weinig.
Praktisch maakt het voor de tuinier niets uit: hoogte, standplaats en bloeitijd zijn dezelfde. Het is vooral van belang wanneer je gericht zoekt bij een gespecialiseerde kweker, want daar bepaalt de naam of je vindt wat je bedoelt.
De soort heeft ook een culinaire geschiedenis. In Zuid-Italië en Griekenland worden de bollen onder de naam lampascioni gegeten, gekookt of ingelegd, na een lange voorbehandeling die de bitterheid eruit haalt. Dat is een historische en regionale praktijk en geen aanbeveling: de bollen van dit geslacht horen niet op het bord in een Nederlandse tuin, en wat er verder over inname bekend is, staat bij problemen met muscari.
Zoek je een soort die wel het klassieke druifhyacintbeeld geeft, laag en in maart of april, dan wijst het overzicht van alle soorten in het geslacht je verder.