De botanische soorten van agapanthus
Maak kennis met de vijf botanische soorten agapanthus die in de handel zijn en de tuinhybriden voortbrachten. Ontdek hun bladtype, hoogte en winterhardheid.
Bijna alle agapanthus in tuincentra zijn gekweekte hybriden, waardoor de oorspronkelijke soorten vaak onbekend blijven. Toch kent het geslacht een handvol botanische soorten die de basis vormen voor al die populaire tuinplanten. Dit artikel beschrijft de vijf soorten die in de handel voorkomen, met hun bladtype, hoogte en herkomst. Daarna begrijp je waar de bekende hybriden vandaan komen.
Hoeveel soorten agapanthus zijn er?
Het aantal erkende soorten is door botanisch onderzoek de afgelopen jaren bijgesteld. Volgens POWO en Kew worden er acht soorten erkend, na de herziening door Duncan in 2021. De classificatie van bloembollen maakt duidelijk wat een soort onderscheidt van een gekweekte cultivar.
Van die acht soorten zijn er vijf in de Nederlandse handel verkrijgbaar. Drie soorten, namelijk A. walshii, A. coddii en A. pondoensis, zijn niet in de handel en blijven daarom buiten beschouwing. De onderstaande tabel toont de vijf in de handel verkrijgbare soorten met hun belangrijkste kenmerken.
| Soort | Bladtype | Hoogte (cm) | Winterhardheid (RHS) | Bloeiperiode |
|---|---|---|---|---|
| A. africanus | Bladhoudend | 60 - 70 | H3 | Jul - aug |
| A. praecox | Bladhoudend | 80 - 100 | H3 | Jul - sep |
| A. campanulatus | Bladverliezend | 60 - 100 | H4 | Jul - aug |
| A. inapertus | Bladverliezend | 100 - 150 | H4 | Aug - sep |
| A. caulescens | Bladverliezend | 80 - 120 | H4 | Jul - aug |
Het bladtype is de belangrijkste verdeellijn binnen het geslacht. Bladhoudende soorten behouden hun blad het hele jaar, terwijl bladverliezende soorten in de winter intrekken en daardoor wat meer kou verdragen.
De bladhoudende soorten
De twee bladhoudende soorten komen uit de mildere, kustnabije delen van Zuid-Afrika. Ze houden hun blad het hele jaar en zijn daardoor het minst winterhard, met een RHS-waardering van H3 (minimaal -5 °C).
Agapanthus africanus
Dit is de typesoort van het geslacht, oftewel de soort waarnaar de groep is vernoemd. A. africanus komt uit het fynbos van de Zuidwest-Kaap, een mediterraan vegetatietype met droge zomers en natte winters. De plant blijft met 60 tot 70 cm relatief compact en draagt zachtblauwe bloemen in juli en augustus.
Door de strenge eisen aan bodem en klimaat wordt de pure soort in de praktijk weinig succesvol gekweekt. Veel planten die als “A. africanus” worden verkocht, blijken bij nader inzien een andere bladhoudende soort te zijn. In Nederland is deze soort alleen geschikt als kuipplant die je vorstvrij overwintert.
Agapanthus praecox
A. praecox is de meest gekweekte botanische soort en de basis van veel pottypen. De plant wordt 80 tot 100 cm hoog en bloeit van juli tot september in tinten van blauw tot wit. Er zijn drie ondersoorten erkend, wat de grote variatie binnen het assortiment deels verklaart.
Op etiketten kom je soms de naam “Agapanthus umbellatus” tegen. Dat is een verouderde benaming die meestal verwijst naar A. praecox subsp. orientalis. Net als A. africanus is deze soort bladhoudend en daarmee niet winterhard genoeg voor de volle grond in Nederland.
De bladverliezende soorten
De bladverliezende soorten komen uit hoger gelegen of koeler gebied en trekken in de winter terug tot de wortelstok. Ze verdragen meer kou (RHS H4, minimaal -10 °C) en vormen daarmee de winterhardere tak van het geslacht.
Agapanthus campanulatus
Deze soort is de belangrijkste van de drie, want hij is de moedersoort van vrijwel alle winterharde tuinhybriden. A. campanulatus draagt klokvormige bloemen, wat de soortnaam (“campanulatus” betekent klokvormig) verklaart. De plant wordt 60 tot 100 cm hoog en bloeit in juli en augustus in blauwtinten.
Doordat de plant in de winter zijn blad verliest en de wortelstok beschut onder de grond ligt, verdraagt hij flink wat vorst. Die eigenschap maakt hem tot een geliefd ouder voor kruisingen die buiten kunnen overwinteren.
Agapanthus inapertus
A. inapertus valt op door zijn unieke, hangende bloemen die nauwelijks opengaan, vandaar de soortnaam (“inapertus” betekent gesloten). Met 100 tot 150 cm is dit de hoogste van de vijf soorten, en de bloei valt later dan gemiddeld, in augustus en september. De diep blauwviolette bloemen geven de plant een wat statige uitstraling.
Door de hoogte en de late, donkere bloei is deze soort interessant voor wie iets bijzonders zoekt in de border. Hij is bladverliezend en daardoor redelijk winterhard, al blijft beschutting in Nederland verstandig.
Agapanthus caulescens
De naam “caulescens” verwijst naar de zichtbare stengel die deze soort onderaan vormt, een kenmerk dat de andere soorten missen. A. caulescens wordt 80 tot 120 cm hoog en bloeit in juli en augustus in blauw tot violet. Het is een bladverliezende soort met een RHS-waardering van H4.
In de Nederlandse handel kom je deze soort vooral tegen bij gespecialiseerde kwekers, niet in het reguliere tuincentrum; de koopgids voor agapanthus vergelijkt deze verkoopkanalen en legt uit waar je de minder bekende soorten vindt. Net als de andere bladverliezende soorten verdraagt hij meer kou dan de bladhoudende verwanten.
Van wilde soort naar tuinhybride
Vrijwel alle agapanthus in de handel is voortgekomen uit kruisingen tussen deze botanische soorten. De bladhoudende soorten leverden de royale potplanten, terwijl de bladverliezende soorten de winterhardheid inbrachten. Vooral A. campanulatus speelt een sleutelrol, want zijn vorstbestendigheid vormt de basis van de winterharde hybriden die in de Nederlandse volle grond kunnen blijven staan.
Door verschillende soorten te combineren, ontstonden planten met de beste eigenschappen van beide ouders: rijke bloei, bruikbare hoogte en voldoende kou-tolerantie. Veel compacte selecties, waaronder de bekende dwergcultivars, hebben hun oorsprong eveneens in dit kruisingswerk. Wie de botanische achtergrond kent, begrijpt daardoor beter waarom een cultivar wel of niet winterhard is.